Visie en Strategie nodig? Lees een gedicht!

Waarom gedichten je dichter bij een visie brengen

Managers, directie, hoofden, kortom iedereen die een beetje verantwoordelijkheid heeft voor mensen of projecten, creëert met woorden. Wat wil ik bereiken? Wat is mijn visie? Hoe beschrijf ik dat? Worden mijn ideeën begrepen? Zit iedereen op de juiste golflengte? Als je niet in staat bent in woorden te vatten wat je wilt, kun je het niet delen. En wat je niet kunt delen blijft vorm zonder inhoud. Niet meer dan algemeenheden en abstracties.

 

Maar visieontwikkeling, management, strategiebepaling, waardecreatie, het zijn allemaal talige activiteiten. Ze hangen aan elkaar van woorden en begrippen, en van gesprekken over ideeën. Zonder de vereiste vaardigheid daarin zal iemands kijk op de werkelijkheid bleek en oppervlakkig blijven’. 1

 

Echte visie en innovatie krijgen pas uitdrukking in subjectieve en beeldende taal. Je moet losheid van denken en schrijven hebben. En dat is bij uitstek het werk van dichters.
Want dichters hebben het lef uit de vertrouwde, gefixeerde conceptuele orde te springen, en dat is noodzakelijke voorwaarde voor vernieuwing. Nieuwe vormen van kijken, denken of ervaren ontstaan pas als je de oude durft los te laten…Om te vernieuwen, te kunnen spelen met ideeën, moet je daar een zekere losheid in verwerven, zoals de dichters doen.2
Poëzie, dat is toch vaag, dromerig? Wat heb je aan gedichten als je doelstellingen moet halen, dingen voor elkaar moet krijgen? Niks is minder waar. Goede gedichten beschrijven concrete voorbeelden die horen bij grote begrippen, net als een goede visie. Het gaat zowel in poëzie als in visievorming bij uitstek om ‘hertaling’ van de werkelijkheid. Het is belangrijk om op een concrete manier te spreken over de vraag: waar draait het ook alweer om? Waar is het hier om te doen? Algemeenheden en abstracties die vaak gemeenplaats zijn in visievorming zijn vergelijkbaar met steeds weer dezelfde vloeistof die we te drinken krijgen, in borrelglaasjes, theekopjes en bierglazen.
Slechte poëzie en slechte visie bestaan uit elementen die onderling verwisselbaar zijn. Dankzij het feit dat er niet gedacht wordt, maar uitsluitend vrij geassocieerd. De bezigheid van dagdromers. Volgens Kopland is er
een vrijwel niet uit te roeien opvatting dat poëzie alles te maken heeft met dromerigheid, niets met denken van doen heeft, alleen maar met voelen, dat het niets te maken heeft met zo helder mogelijk observeren, maar meer met visioenen, zich niet bezig houdt met de werkelijkheid, maar met iets boven, onder, achter naast, buiten de werkelijkheid.3
Het zijn de vragen die we stellen die bepalen wat we van de werkelijkheid te zien krijgen. En daarom houd ik van gedichten. Om door verwondering en vragen door te dringen tot waar het werkelijk om gaat.

Literatuur
− Kopland, R. (n.d.). Het mechaniek van het verleden. Amsterdam, Nederland: G. van Oorschot.
− Kessels, J. (2015). Scholing van de geest: wat ik leerde van Socrates. Amsterdam, Nederland: Boom

  1. (Kessels, p. 108)
  2. (Kessels, p 108)
  3. (Kopland, p. 107)
Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial