Spanbroekmolen – werden geallieerden slachtoffers van hun eigen mijn?

Friendly Fire – Alcanar 2017 / Spanbroekmolen 1917

We zagen het midden augustus. Een aantal vermoedelijke terroristen blies zichzelf op in het Spaanse Alcanar. Ze waren midden in de voorbereiding van een grote aanslag. ‘Friendly Fire’ eigenlijk. In juni 1917 ontplofte ten zuiden van de stad Ieper een enorme ondergrondse mijn. Volgens Lynn Macdonald werden soldaten door deze explosie bij Spanbroekmolen slachtoffer van ‘Friendly Fire’.
Lone Tree Cemetery (foto Olav Straus)
In juni 1917 kwamen ze om bij de grote mijnexplosies op de heuvelrug bij Mesen in voorbereiding op een nieuw offensief. Maar zijn de soldaten die begraven liggen op Lone Tree Cemetery
werkelijk gedood door hun eigen ontploffing zoals Macdonald stelt? Niet iedereen is hiervan overtuigd en na 100 jaar is er nog steeds ruimte voor nieuwe inzichten en interpretaties. Tijd voor een samenvatting van de standpunten en een aanzet voor verdere analyse.

Voorjaar 1917 – voorbereidingen voor doorbraak bij Ieper

In het voorjaar van 1917 zijn er plannen om bij Ieper een doorbraak te forceren. Met een massale aanval willen de geallieerden de Duitse linies doorbreken en doorstoten naar de kust (Lloyd, 2017). Zo zou een eind kunnen worden gemaakt aan de Duitse onderzeeboot acties die de Britse bevoorrading voortdurend bedreigden. Duitsland is ‘oorlogsmoe’, het land piept en kraakt onder de aanhoudende oorlogsinspanningen. Een aanval bij Ieper zou de druk op de Duitse troepen vergroten en Duitsland misschien op de knieën kunnen krijgen. Bovendien zou het de druk op andere delen van het geallieerde front verminderen. En dat was meer dan gewenst na het desastreus verlopen Franse offensief van april bij Chemin des Dames.

Het front bij Ieper – Yper Salient – Ieperboog

Het terrein rondom Ieper is als een schoteltje, plat in het midden en met opstaand randen erom heen. Al aan het begin van de oorlog hadden Duitsers het hoger gelegen gebied ten oosten en zuiden van de stad ingenomen. Het front liep in een boog om de stad heen en de Duitsers hadden daarmee een groot strategisch voordeel. Hogere en daarmee drogere grond, betere stellingen en loopgraven en prima uitzicht op de vijand. Op die manier konden ze de geallieerde troepen van drie kanten bestoken en prima in de gaten houden waar de vijand mee bezig was. In het vlakke terrein rondom Ieper was het lastig loopgraven maken. Een dikke laag zeeklei bemoeilijkt de afwatering. Zodra je graaft sta je binnen de kortste keren met je enkels in het water. Tijdens de oorlog zou het front bij Ieper nauwelijks bewegen. In tegenstelling tot veel andere plekken werd er wel voortdurend gevochten. De Ieperboog of Yper Salient zoals het front bij de stad werd genoemd was levensgevaarlijk en berucht.
Het front bij Ieper voor en tijdens de 3e Slag bij Ieper.
Voordat de grote aanval kon beginnen wilden de geallieerden eerst een deel van het hoger gelegen gebied ten zuiden van de stad veroveren. Op die manier konden de flanken beter worden beschermd tegen de Duitse beschietingen. Ook kon zo de frontboog rondom Wijtschate worden rechtgetrokken. De Duitsers zouden gewoon letterlijk van hun heuvels worden afgeblazen.

Mijnenoorlog bij Mesen

In de loop van 1915 waren de Britten begonnen met het ondermijnen van de Duitse posities. Over een lengte van 10 kilometer werden verschillende gangen gegraven in de heuvels bij Mesen, ten zuiden van de stad. Liggend op hun rug schopten de Britse mijnwerkers (‘sappers’ of ‘tunnelers’) de dikke klei weg met behulp van scherpe spades (grafting tool). Geen hele snelle manier, maar wel een stille manier. En dat was belangrijk, want de Duitsers luisterden mee waar werd gegraven. Loodzwaar en levensgevaarlijk werk. Ondergronds werd net als daarboven oorlog gevoerd. Beide partijen groeven tunnels en zochten naar de vijand. De gangen waren laag en smal, maximaal 1 meter 30 hoog en zo’n 65 centimeter breed. Er was voortdurend gevaar voor instorting en verstikking. Soms werden de gangen door de vijand gevonden zoals bij Spanbroekmolen waar opnieuw vanaf een andere plek werd begonnen.
schematische weergave van het gangenstelsel onder de Duitse linies. Nadat de hoofdgang was ondekt groeven de Britten een gang parallel aan de ‘oude’ gang om zo de mijnkamer te kunnen bereiken.
In augustus 1916 vonden de Duisters de mijnkamer bij Petite Douve die ze vervolgens onschadelijk maakten. De Britten groeven gangen tot diep onder de Duitse stellingen, tussen de 15 en 38 meter onder de grond. Van de 26 uitgegraven mijnen werden uiteindelijk 24 mijnkamers gevuld met explosieven, een mijn werd voortijdig ontdekt (La Petite Douve). De andere mijn liep onder water (Peckham 2) en werd opgegeven. Uiteindelijk zouden 20 mijnen exploderen. Vier werden niet tot ontploffing gebracht omdat zij te ver achter het Britse front lagen toen de slag begon. Uiteindelijk explodeerde er alsnog een in juni 1955 toen de bliksem insloeg in een elektriciteitsmast boven de mijn.

Big Bang – 7 juni 1917

In de nacht van 7 juni brengen de Britten hun dieptemijnen tot ontploffing. Aan de vooravond zou generaal Plumer, de bevelhebber van het 2e leger, hebben gezegd; “Gentlemen, we may not make history tomorrow, but we shall certainly change geography.” Het effect van de explosies en de daarop volgende beschietingen waren ongekend heftig. Pastoor Achiel van Walleghem beschreef het in zijn dagboek:
“Het is juist drie uur en het eerste daglicht begint te schemeren als ik plotseling het reusachtigste en tevens ijselijk prachtigste vuurwerk zie dat ooit in Vlaanderen ontstoken is, buitengewoon hevig boven Wijtschate, wat minder aan beide zijden: een ware vulkaan, het is net of het hele zuidoosten vuur spuwt. Geen twijfel: het zijn de mijnen van Wijtschate, Mesen en Hill 60 die aan het springen zijn. Het duurt nog enige seconden voor wij de schokken voelen. Dit is een ware aardbeving die ruim een minuut duurt. En intussen zijn alle kanonnen van geheel het front, misschien wel 1000 in aantal, in werking. Wat een helse muziek, wat een gruwelijk schouwspel! Duizenden kanonnenbliksems en –slagen per minuut onder de vuurregen en kletterende ontploffingen van obussen en schrapnels. Och, ware het geen mensenslachterij, men zou het ‘prachtig’ noemen.” 1
Ralph Hamilton beschreef de scene vanuit zijn positie bij de 106de Brigade Royal Field Artillery:
“Exact om 3u10 brak Armageddon aan. De timing van alle artilleriestukken was wonderbaarlijk, en misschien met een seconde verschil vuurden alle monden een verschrikkelijk salvo af. Tezelfdertijd werden de twee grootste mijnen uit de geschiedenis opgeblazen-Hill 60 en eentje onmiddellijk ten zuiden daarvan…Vooreerst was er een dubbele schok die de aarde deed trillen van hier tot 15km verder, net een gigantische aardbeving. Ik werd bijna letterlijk uit mijn schoenen geblazen. Vervolgens trok zich uit de grond een onmetelijke muur van vuur op die tot ver in de lucht reikte. Het hele landschap werd verlicht door een roodachtige gloed, zoals in een fotografische donkere kamer. Op hetzelfde moment begonnen alle kanonnen te spreken en de veldslag ontspon zich aan deze kant van het front…het is verschrikkelijk, magnifiek, overweldigend. Je zou er haast dronken van vreugde van worden, en het kon je gewoon geen moer schelen dat je ondertussen ook onder vuur lag van de moffenbatterijen. Hun granaten slaan op dit eigenste moment van schrijven, 3u40, rondom ons in, maar het brengt je eerder aan het lachen als je hun armtierige pogingen vergelijkt met de ‘ausgezeichnete Ausstellung’ die wij hen op hun donder lanceren. We hebben eindelijk onze weerwraak voor 1914 beet, en hoe! Het begint stilaan licht te worden, maar de hele wereld is gehuld in een grijze nevel van stof en bijtende dampen.” 2
De ontploffingen van de mijnen waren in de wijde omgeving hoor- en voelbaar. Het verhaal dat ook Lloyd George, de Britse premier, de mijnen zou hebben gehoord in zijn buitenverblijf in Walton Heath is waarschijnlijk niet waar. Onderzoek heeft aangetoond dat het geluid van de ondergrondse explosies nooit zo ver zou kunnen komen. Mogelijk dat hij het gebulder van de artillerie beschietingen door zo’n tweeduizend kanonnen heeft gehoord. 3

Friendly Fire

Het verhaal gaat dat bij de explosie van de mijn bij Spanbroekmolen de mannen werden gedood door de brokstukken en drukgolf van de explosie. De meeste van hen zouden zijn begraven op Lone Tree Cemetery op zo’n 150 meter van de mijnkrater (Macdonald, p. 47). Jones stelt op zijn website dat dit verhaal niet klopt.
Spanbroekmolen Cemetery (foto Olav Straus)
Waardoor dit verschil in inzicht? De mijnen moesten allemaal exact op het tijdstip van de aanval de lucht in gaan. Dit was een les uit het grote offensief aan de Somme in 1916. Toen was een mijn 10 minuten voor de aanval geëxplodeerd. Dit alarmeerde de Duitsers die daardoor met hun mitrailleurs klaar lagen en de oprukkende troepen neermaaiden.
Hoewel alles op alles werd gezet om de mijnen tegelijk te laten afgaan, gebeurde dat toch niet. De mijn bij Spanbroekmolen ging later af dan de nabijgelegen Peckham mijn. Volgens Jones zat er 20 seconden tussen, terwijl het volgens Macdonald 15 seconden was (Macdonald, p. 46). Hoe dan ook, na de explosie van de Peckham mijn stonden de mannen op voor de aanval. Vervolgens werden ze verrast door de explosie van de Spanbroekmolen mijn. Een groot aantal van de mannen sneuvelden door het rondvliegende puin. Zij werden begraven op Lone Tree Cemetery, vlak bij de Spanbroekmolen krater. Tenminste dat is het verhaal volgens Macdonald (Macdonald, p. 47).
De troepenopstelling bij Spanbroekmolen (14 Bn. RIR & 10 Bn. RIF) en Kruisstraat (8 & 15 Bn. RIR)
En dat verhaal is weer gebaseerd op een verslag van luitenant T. Witherow , 8ste Bataljon Royal Irish Riffles. In dit verslag maakt hij melding van welgeteld een dodelijk slachtoffer als gevolg van een vallende baksteen. En hier maakt Macdonald een fout volgens Jones. Want dit 8ste Bataljon lag veel dichter bij de mijnen bij Kruisstraat en helemaal niet bij Spanbroekmolen. De explosie van de mijn bij Kruisstraat is dan ook waarschijnlijk de oorzaak van de dodelijke baksteen, niet de explosie bij Spanbroekmolen.
Bij Spanbroekmolen lag het 14de Bataljon Royal Irish Riffles. En er zijn van dit Bataljon geen verslagen over dodelijke slachtoffers als gevolg van de mijnexplosie. Wel maakte de bataljonscommandant na afloop melding van verwarring tijdens de aanval op het moment dat de 2e explosie plaatsvond, dus na het vroegtijdig afgaan van de Peckham mijn.
Jones toont aan de hand van stafkaarten aan waar de diverse bataljons werden ingezet. Het 8ste Bn. R.I.R. ondersteund door het 15de Bn. R.I.R. vocht bij Kruisstraat, in het zuiden. Terwijl het 14de Bn. R.I.R., ondersteund door het 10de Bn. Royal Inniskilling Fusiliers, de aanval bij Spanbroekmolen leidde, meer naar het noorden. Daartussen lagen het 9de en 10de bataljon R.I.R.
Samenvattend: volgens Jones zag Macdonald over het hoofd dat het 8ste Bataljon R.I.R. helemaal niet bij de Spanbroekmolen mijn oprukte, maar bij de Kruisstraat mijn. Bovendien wordt er door dat bataljon melding gemaakt van maar één dodelijk slachtoffer door neerstortend puin. Het 14de Bataljon R.I.R. lag het dichtst bij de Spanbroekmolen mijn, maar rapporteerde alleen dat er verwarring was toen eerst de Peckham mijn afging en pas enkele seconden later de Spanbroekmolen mijn. Er werd geen melding gemaakt van slachtoffers door puin of drukgolf.

Conclusie

Gedenkteken bij de Spanbroekmolen krater (foto Olav Straus)
Is er nu wel of geen sprake van Britse slachtoffers bij de ontploffing van de Spanbroekmolen mijn in juni 1917. ‘Ja’, zo stelt Macdonald. ‘Nooit bewezen’ stelt Jones. Bovendien is het enige gedocumenteerde dodelijke slachtoffer omgekomen door de explosie van een andere mijn. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen is volgens Jones niet aangetoond dat er Britse slachtoffers waren bij de ontploffing van de Spanbroekmolen mijn.
De krater van de Spanbroekmolen mijn, augustus 2017 – ‘Pool of Peace’
Macdonalds verhaal over het 8ste bataljon vormt de basis voor het verhaal over de Spanbroekmolen mijn. Jones laat zien dat Macdonald zich mogelijk niet realiseerde dat het 8ste Bataljon Royal Irish Rifles niet bij Spanbroekmolen vocht, maar bij Kruisstraat.
Voor zover bekend zijn er geen verslagen over slachtoffers van de mijnexplosie bij Spanbroekmolen. Maar dat er geen verslagen zijn betekent niet dat er geen slachtoffers zijn geweest als gevolg van de explosie. Wat is het effect van een explosie met de omvang van Spanbroekmolen op de directe omgeving? Meer in het bijzonder op manschappen die inmiddels al met hun opmars waren begonnen? Zolang concreet bewijs ontbreekt dat er dodelijke slachtoffers vielen als gevolg van de Spanbroekmolen mijn heeft Jones gelijk. Maar het lijkt erg onwaarschijnlijk dat een explosie met die omvang geen slachtoffers heeft gemaakt onder de eigen troepen.
BRONNEN
  • In Flanders Fields Museum. (2013). De Geschreven Oorlog. Antwerpen, België: Manteau.
  • Evans, W., & Vandervelden, P., & Corremans, L. (2013). Stille steden van Flanders fields. Tiel, België: Lannoo.
  • Wolff, L. (1958). In Flanders fields: Passchendaele 1917. London, England: Penguin Books.
  • Macdonald, L. (1978). They called it Passchendaele. London, England: Penguin Books.
  • Steel, N., & Hart, P. (2000). Passchendaele: The sacrificial ground. London, England: Cassell & Co.
  • Lloyd, N. (2017). Passendale: Ieper 1917 (W. van Paassen, vert.). [Epub], Amsterdam, Nederland: Hollands Diep.
  • Holt (2011). Major & Mrs. Holt battlefield guide to Ypres Salient & Passchendaele. Barnsley, England: Pen & Sword Military.
Spanbroekmolen – werden geallieerden slachtoffers van hun eigen mijn?
  1. (De geschreven oorlog, 2013, p. 533)
  2. (De geschreven oorlog, 2013, p. 537)
  3. (De geschreven oorlog, 2013, p. 535)

Eén gedachte over “Spanbroekmolen – werden geallieerden slachtoffers van hun eigen mijn?

  • 19 oktober 2017 om 13:34
    Permalink

    boeiend artikel. vlot geschreven ook.
    nodigt uit om nader onderzoek te verrichten!!

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
%d bloggers liken dit: